Superb – now let’s get started

De module Digital Humanities stelt zich ten dienste van het facultaire digitale project  ‘Digital Humanities Approaches to Reference Cultures: The Emergence of the United States in Public Discourse in the Netherlands, 1980-1990‘. De onderzoeksmethode van Digital Humanities leent zich uitermate goed voor dit project aangezien het de onderzoeker in staat stelt om op een innovatieve manier trans-nationale invloeden op publiek debat te bestuderen. Het brengt namelijk in kaart hoe collectieve referentiekaders zijn beïnvloed door dominante culturen, zoals de Amerikaanse cultuur. Digitale corpi geven onderzoekers de hulpmiddelen om langetermijn-ontwikkelingen en transformaties in nationaal discours te bestuderen.(Eijnatten, 2013). Mijn onderzoek binnen het veld van Digital Humanities zal zich ook richten op de Amerikaanse invloed in Nederland. Ik ga bijdragen aan dit project door mij te richten op de invloed van de Amerikaanse populaire cultuur op Nederland. Specifiek ga ik mij daarbij richten op hoe de Amerikaanse superhelden langzaam maar zeker hun plek in Nederland hebben verworven over de tijd heen.

Hiervoor gebruik ik digitale Nederlandse krantenarchieven omdat deze een reflectie zijn van het publieke debat. Doordat daarnaast de krantenarchieven een groot tijdsbestek beslaan, kunnen eventuele veranderingen in het publieke debat over de tijd onderzocht worden. En tot slot doet het gebruik van Nederlandse krantenarchieven recht aan de veelvoud van visies die binnen Nederland over Amerika bestonden waardoor het Nederlands publiek debat in al haar glorie kan worden weergegeven.(1)

Deze blogpost staat in dienste van een eerste inventarisatie van dit onderwerp. Ik zal de eerste observaties die ik vind over dit onderwerp door het gebruik van Digitale Humanities technieken bespreken. Aan het einde van het artikel stel ik onderzoeksvragen op die mij na deze eerste verkenning interessant lijken voor verder onderzoek.

Zoeken met Textcavator
Ik was in de eerste plaats nieuwsgierig wat voor woorden er worden geassocieerd met de term ‘superheld’. Om dit te achterhalen, heb ik de zoekterm superheld* ingevoerd in Textcavator. Door het gebruik van de asterisk heb ik Textcavator laten zoeken op alles wat het voorvoegsel ‘superheld’ kent (bijv. superhelden, superheldenfilm, superheldenstrip, superheldin). Om mijzelf te limiteren tot Nederland als onderzoeksgebied zodat ik recht doet aan de onderzoeksvraag van het facultaire digitale project dat zich specifiek op Nederland richt, heb ik de configuraties ingesteld op alleen landelijke en regionale kranten. Doordat ik van tevoren nog geen duidelijke tijdsindicatie in gedachten had voor mijn onderzoek, heb ik Textcavator laten zoeken in de periode 1880-1990.

Deze zoekopdracht leverde 588 resultaten op. Hieronder bevonden zich 431 artikelen, 1 illustratie met onderschrift, en 156 advertenties. De verdeling van deze resultaten was 372 resultaten in landelijke kranten en 216 resultaten in regionale en lokale kranten. Verreweg de meeste resultaten (160) waren afkomstig uit het landelijk verspreid dagblad ‘De Telegraaf’. Zo vroeg in de ontdekkingsfase van mijn onderzoek laat ik deze resultaten even voor wat ze zijn, en ga ik door met de volgende stap.

Na Textcavator te hebben laten zoeken naar resultaten, heb ik een wordcloud opgevraagd om te kijken welke woorden vaak geassocieerd worden met de zoekterm. Het volgende kwam daaruit rollen:

schermafbeelding-2017-02-14-om-15-38-21

De tien meest voorkomende woorden in deze wordcloud waren de volgende (geabstraheerd uit de wordcloud data): week (1273 keer), film (1258 keer), 9.30 (1150 keer), regie (785 keer), 1.30 (547 keer), superheld (515 keer), dagelijks (480 keer), 7.00 (477 keer), jaar (413 keer), 9.45 (396 keer). Tot op heden neem ik aan dat de genoemde getallen de draaitijden van de superheldenfilms zijn. Als ik deze aanname vergelijk met twee andere veel voorkomende woorden in deze wordcloud, kom ik al snel tot de vroegtijdige conclusie dat de superhelden in eerste instantie naar Nederland zijn overgewaaid in de vorm van film. Uiteraard is dit een aanname die verder onderzoek behoeft, maar die ik toch even voor de volledigheid wilde vermelden in de verslaglegging van mijn eerste verkenning van dit onderzoeksonderwerp.

Na even stil gestaan te hebben bij deze wordcloud, heb ik me daarna verdiept in de tijdslijn van deze resultaten. Dit bracht de volgende resultaten met zich mee:

schermafbeelding-2017-02-14-om-15-48-37

Een tijdslijn op zich zegt niet zoveel. Het laat slechts patronen zien betreffende het woordgebruik van superheld* in Nederlandse landelijke en regionale kranten maar niets over hoe en in welke context het wordt gebruikt. Wanneer ik meer informatie over juist deze twee details wil halen uit een dergelijke tijdslijn, is het van belang naar de originele teksten terug te gaan. En dus ben ik van distant reading naar close reading gegaan en heb een aantal van de originele artikelen bestudeerd.

De eerste zes resultaten betreffende superheld* (22 juli 1875 – 4 november 1938) verwijzen naar binnenlandse berichten die geen blijk geven van enige mate van Amerikaanse invloed op het publieke debat in Nederland.

Het is pas voor het eerst in 4 juli 1942 dat de termen Amerika en superheld samenkomen in een artikel genaamd “Waarschuwing tegen Amerikaansche propaganda” (De regionale krant ‘Provinciale Drentsche en Asser courant’). Dit artikel is naar mijn mening zeer interessant aangezien het wijst op Nederlandse kritiek betreffende hoe Amerika omspringt met de term ‘superheld’:

[De New-York Times levert kritiek] op het idealiseeren van Mac Arthur tot „superheld”. Deze soort propaganda is onproductief. Zij heeft het Amerikaansche volk op onverantwoordelijke wijze het geloof gesuggereerd, dat met den aankomst van Mac Arthur in Australië de oorlog in den Stillen Oceaan reeds gewonnen en alleen nog maar een kwestie van tijd is.

Ten eerste lijkt hieruit te blijken dat er nog enige mate van voorzichtigheid bestaat met hoe er met de term ‘superheld’ omgesprongen dient te worden. Daarnaast verwijst de term ‘superheld’ naar een non-fictief persoon, MacArthur. Deze combinatie doet bijna lijken als gewone mensen geen superheld-kwaliteiten toegedicht moeten krijgen.  Daarnaast heeft dit nog niks in zich dat wijst op de invloed van de populaire cultuur van superhelden in het publieke debat in Nederland. Wederom, dit is een aanname die ik positioneer als zijnde eerste gedachtegangen van mijn verkennend onderzoek.

Het is pas voor het eerst in 1951 dat de term ‘superheld’ opduikt in suggestie naar fictieve personages in een film. Het landelijk dagblad ‘De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad’ publiceert op 12 augustus een recensie over de Amerikaanse film “Met vliegende vaandels” op de volgende manier:

Regisseur Robert Wise zoekt tussen neus en lippen van zijn helden en heldinnen een paar lieden uit, die met veellawaai als superheld opgediend worden. Weinig verheffends dus. Weinig origineel en nogal schreeuwerie.

Vanaf dit moment komt het in het corpus van Textcavator steeds vaker voor dat er verwijzingen bestaan naar fictieve personages in Amerikaanse films als zijnde ‘superhelden’. Afgaande op deze informatie is het voor mij dus interessant om mijn onderzoek naar fictieve superhelden in Nederland in tijd te limiteren om onderzoek te gaan doen vanaf 1951.

De eerste grote piek die vanaf dat moment te zien is, is een piek van het jaartal 1966. Deze piek staat in de trant van twee superhelden: Batman en James Bond. Beiden komen ook terug in de wordcloud die eerder in deze blogpost aan wordt gehaald. Met betrekking tot de eerste superheld wordt er een vermelding gemaakt van dat Batman het niet zo goed doet op de televisie als dat werd gehoopt (zoals gevonden in het regionaal dagblad ‘Limburgsch Dagblad’, 12 september 1966):

BATMAN, de Amerikaanse superheld is op het Europese front iets van zijn vleermuisvleugels kwijtgeraakt: de serie doet het niet zo goed als de maker ervan en de K.R.O. wel zouden wensen. De Belgische radio en televisie schrapte Batman prompt na enkele uitzendingen en wees de grote Amerikaan en zijn kleine boy wonder Robin daarmee naar het onplezierige tv-hoekje van de „bad men”.

James Bond, echter, doet het wel goed (zoals gevonden in het landelijk verspreide dagblad ‘De Telegraaf’, 4 augustus 1966):

De vierde James Bond, de vorige week al zijn Nederlandse triomftocht begonnen In twee Rotterdamse theaters, is nu dan ook in Amsterdam en vele andere steden.

Wat hierin voor mij opvalt is dat het lijkt alsof de voorkeur van deze tijd nog ligt bij een superheld die niet per se bovenmenselijke krachten heeft, iets wat vaak met een superheld geassocieerd wordt, maar iemand die nog relatief dichtbij de gewone man staat. Zeker in vergelijking tot de sceptische toon die vanaf 1951 de boventoon voerden betreffende superhelden, lijkt het me interessant te onderzoeken welke superhelden de Nederlandse revue zijn gepasseerd over de jaren.

Het gebruik van de term ‘superhero’

Bij deze wil ik nog even de notitie maken dat op een gegeven moment, de Nederlandse kranten ook gingen spreken over ‘superhero‘ wanneer ze naar superhelden verwijzen. Vanaf 24 September 1981 neemt het regionale dagblad ‘Nieuwsblad van het Noorden’ voor het eerst de Engelse vertaling van superheld in de mond. Vanaf dit moment tot 1990 duiken er 20 resultaten op die van ‘superhero‘ spreken. Deze 20 bestaan uit 18 artikelen en 2 advertenties. 15 van de 20 resultaten komen voor in regionale en lokale kranten, en 5 van de resultaten komen uit landelijke kranten. Er zijn maar vier kranten die deze Engelse term gebruiken, zijnde: Nieuwsblad van het Noorden; Vrije Volk: Democratisch-Socialistisch Dagblad; Limburgsch Dagblad; Leeuwarder courant: Hoofdblad van Friesland.

Wat ik me hierbij ten eerste afvraag is waarom ervoor wordt gekozen om op een bepaald moment de Engelse term ‘superhero‘ te gaan gebruiken in plaats van het Nederlandse equivalent. Geeft dit blijk van de Amerikanisatie van het publieke debat in de zin dat ook de terminologie van de populaire cultuur wordt overgenomen?

Het is dus van belang dat ik voor het vervolg van mijn onderzoek deze verwijzing naar mijn onderwerp meeneem in het zoeken naar resultaten.

Vergelijking met KB n-gram viewer
Één tijdslijn op zichzelf zegt niet zoveel. Daarom heb ik er ook voor gekozen om dezelfde zoekterm te gebruiken in de KB n-gram viewer om te zien of dit een vergelijkbare grafiek teweeg bracht:

schermafbeelding-2017-02-17-om-16-02-06

Deze grafiek heeft zeker overeenkomsten met de eerder getoonde grafiek en toont dezelfde pieken. De eerste piek komt overeen met de piek uit Textcavator en verwijst ook in grote mate naar de verschijning van een James Bond film. De hoogste piek is het jaartal 1975 (58 resultaten in KB n-gram viewer; 66 resultaten in Textcavator) en bestaat voornamelijk uit advertenties voor superheldenfilms.

Ik vind het interessant om te zien dat deze grafieken veel met elkaar overeen komen in vorm. Voor mijn gevoel valideert deze overeenkomst mijn dataset.

Onderzoeksvragen voor mijn Digital Humanities onderzoek
Na de bovenstaande beschreven inventarisatie zijn er een aantal vragen die ik interessant vind om te onderzoeken voor mijn uiteindelijke Digital Humanities onderzoek. Dit zijn de volgende:

Wat is de invloed van Amerikaanse superhelden op het landelijke en regionale Nederlandse publieke debat vanaf 1951?

  1. Hoe bezien Nederlanders de Amerikaanse superhelden?
  2. Welke Amerikaanse superhelden passeren de revue?
  3. Hoe wordt er verwezen naar de Amerikaanse superhelden?
  4. Welk ‘soort’ superheld spreekt in Nederland het meest aan in verschillende tijdsperioden en hoe veranderd dit over de loop van de tijd?

In het vervolg van mijn onderzoek wil ik mijn zoektermen meer specificeren door onder andere de combinatie gebruiken tussen de ‘superheld OR/AND superhero’ en andere woorden die naar voren komen in de wordclouds.


Bronnenlijst

Voetnoot (1): Jesper Verhoef (20 februari 2015). DH and Dutch depictions of ‘America’ in debates on television quizzes. Hoorcollege gehouden op 20 februari 2017.

Eijnatten, J. van, Pieters, T. & Verheul, J. (2013). Big Data for Global History: The Transformative Promise of Digital Humanities. BMGN – Low Countries Historical Review, 128:4. Pp. 55-77.

Advertisements

1 Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s